Feelings

Er is geen begin en geen einde. Uitzichtloos is een woord dat ik me bij deze kan visualiseren. Onmogelijk af te meten waar het ene verdriet eindigt en het andere begint. Zee zonder land. Ik bid vurig om grenzen: dit stuk voor de man die me wegduwde, dat voor de oma die als een tweede moeder was, dit voor de Zoon die me zo moet zien en een klein stuk voor mezelf. Een lappendeken van verdriet omzoomd met schuldgevoel. Dat zou toch veel overzichtelijker zijn dan zee.

Het vingertje van Zoon glijdt over mijn gezicht. ‘Ik kan zien aan je ogen dat je verdrietig bent. En aan je neus. Je wangen. Je mo…’ Bij ieder benoemd deel van mijn gezicht, streelde hij simultaan over het desbetreffende stukje. Maar hij stopt nu bij mijn mond. Hij staart naar mijn trillende onderlip en de tranen die plomp over mijn wangen bengelen. Heb ik dat gedaan? Ik probeerde nochtans heel hard het binnen te houden. Zijn eigen mondje vertrekt in een grimas. ‘Het is oké’, zeg ik snel. ‘Ik heb veel verdriet. Het heeft gewoon tijd nodig om beter te gaan.’

Ik zie de man die me wegduwde. Altijd toevallig en op te veel plaatsen. Aan zijn huis. In de cafés die ik voorbij fiets. Plots staan we allebei in de enige bar waar ik dacht me te verstoppen. Hij gedraagt zich zo hufterig dat ik hem niet meer herken. Zijn vriend lalt in mijn oor dat ik anders ben. ‘We gaan dat fiksen voor je.’ De misselijkheid die me al weken ambeteert, speelt op. Twee minuten later ligt de inhoud van mijn maag in de toiletpot.

Ik lig naast mijn oma, in haar sterfbed. Ze ligt hier al twee dagen. Ik vraag haar wie er van me zal houden nu zij er niet meer is. Of ze alsjeblieft iemand in de plaats wil sturen want ik trek het niet meer. ‘Waarom zou dat zijn’, vraag ik haar, ‘dat ze niet van me kunnen houden?’ Ik ben zeker dat ik niet verschrikkelijk ben. Ze blijft rustig ademhalen en geeft geen krimp. Onderweg naar huis moet ik stoppen. Ik vrees in de auto te zullen overgeven. Ik huil de hele weg. Het is de laatste keer dat ik haar zie.

Zoon doet raar. Hij maakt een scène van zodra ik uit zijn gezichtsveld ben. Ik vind hem in alle staten op de trap in de gang nadat ik even naar de bakker ging. En nog een keer onder de douche. Ik was alleen maar boven kleren halen. Het is de dag van de begrafenis. Ik vraag wat er met hem aan de hand is, dit is toch niet van zijn gewoonte? ‘Maar ja, misschien was er iets gebeurd met jou. Misschien was jij ook gestorven.’

‘Ik vraag me af of hij weet wat voor een ravage hij achterlaat.’ Ik drink koffie met een vriendin. Ze stelt de vraag quasi per ongeluk luidop. Ik blijk het zoveelste verhaal te zijn voor de man die me wegduwde. Niks ‘anders’. Ik denk aan die keer dat er iets niet goed werkte bij me thuis en hij zich onnadenkend liet ontvallen dat hij er ‘ns naar zou kijken. Hoe blij ik daarvan was geworden. ‘Nee’, zeg ik, ‘daar staat hij niet eens bij stil.’ De waarheid van dat antwoord slaat me koud in het gezicht en ik huil plompverloren in de koffiebar. We schakelen over op wijn.

Ik wil dat de man die me wegduwde voor de deur komt staan omdat hij van gedacht veranderd is. Eén keer ging onverwachts de bel en hing ik tegen het plafond. Twee vrouwen gaven me een folder over gered worden door Jezus. Ik fantaseer over Grote Manoeuvres. Met een schok realiseer ik me dat ik in hetzelfde bedje ziek ben als hij: Disneyliefdesyndroom.

Elke dag ben ik misselijk. Ik ben bang dat mijn vriendin-psychologe gelijk had toen ze de man die me wegduwde een narcist noemde. ‘Zoveel kilte’, had ze gezegd. Ik ben bang dat ik niks geleerd heb. Hebben al die jaren van zoeken, wroeten en analyseren dan niks opgeleverd? Filter ik ze er nog steeds niet uit? Kunnen patronen dan nooit doorbroken worden?

Op de begrafenis van mijn oma lees ik een grafrede. Wanneer ik voor de luidspreker ga staan en haar naam zeg, breek ik en val uit elkaar als kwik uit een kapotgeslagen thermometer. Ik herpak me met moeite. De woorden op het blad blijven dansen op mijn tranen. Als ik terug ga zitten, legt de papa van Zoon een hand op mijn dij. ‘Goed gedaan.’ Ik kijk op naar het gezicht dat ik al acht jaar ken. Ik wil hem zeggen hoeveel ik van hem hou maar heb schrik misbegrepen te worden. Na afloop zet ik hem terug thuis af en neem ik Zoon mee naar huis.

Zal ik altijd zo eenzaam moeten blijven? Er is geen begin en geen einde.

Advertenties
Dit bericht is gepubliceerd op 18 april 2017 om 22:04. Het’is opgeslagen in in mijn hoofd en getagd als , , , , . Markeer de permalink als favoriet. Volg hier alle reacties met de RSS feed voor dit bericht.

2 gedachten over “Feelings

  1. f op schreef:

    Er is geen begin en geen einde. Er is enkel het “nu” dat gevoeld en gedragen moet worden. Courage met het voelen het dragen. Er komt een dag dat de lichtpuntjes weer zichtbaar zullen zijn. Ik wens het jou van harteXXX

  2. Brugse Zot op schreef:

    Zo “pijnlijk mooi” verwoord – ik bedoel eigenlijk “raak” of “scherp” maar ook dat zijn te ontoereikende woorden: het is niet te doen hoe goed jij kan schrijven en snaren raken, zelfs van volslagen vreemden… In deze donkere dagen wens ik je veel liefde van je zoon.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: