Een klein leven

Het zou de openingsscène uit een biopic over een genie kunnen zijn: zijn frenetiek gesticulerend vingertje. Sinds hij gestart is in het eerste leerjaar, cirkelt zijn wijsvinger dwangmatig in de lucht. Een tijd baarde me dat zorgen. Hij doet het constant en zonder het door te hebben: aan de keukentafel tijdens het ontbijt, in bed tijdens het verhaaltje, terwijl hij een filmpje zit te kijken. Drommels, dacht ik, ik heb een kind met OCD. Tot ik hem vroeg wat hij aan het doen was en hij antwoordde: ‘Ik schrijf letters in de lucht.’

Eén snede van het brood is te dik. Dubbel zo dik als de andere sneden. Je kan zo’n snede niet doormidden snijden en toeplooien. Je kan ‘m enkel eenzijdig beleggen of er toast van maken. Dat is onverwachts geluk dankzij een kleine imperfectie. Het is poëzie, onversneden door de broodmachine, dwars door de waan van elke dag. Ontroering verstopt in een broodzak.

‘Ik wist niet (klemtoon) dat ik zo’n (klemtoon) lieve mama zou hebben.’ Ik vraag hem of hij dat meent; ik heb me nog niet heel lang daarvoor lastig gemaakt. Hij kijkt me enigszins verbaasd aan. ‘Ja.’ Eén lettergreep maar zijn toon gaat toch de hoogte in. Die vraag is hem onzinniger dan zijn stelling. ‘Natuurlijk. En ook niet dat jij zo’n mooie mama zou zijn.’

Er staat een olifant in de kamer. Er staan zelfs olifanten in kamers. Iedereen weet het en iedereen zwijgt. We zijn bang dat een van ons het te benauwd zal krijgen door de olifant te benoemen. En zich dan gedwongen zal voelen om de kamer te verlaten. Dat willen we niet. Stiekem zijn we graag samen daar in die kamer. De olifant erkennen, is de olifant voeden. Hij zou er alleen maar groter door worden. Dus trekken we onze buiken in en plakken tegen de wanden. Als gekko’s. We zwijgen. We houden onze adem in.

Hij is bang dat ik het niet zal overleven. Of dat zijn papa het niet zal overleven. Wat is onduidelijk. Dagelijks vraagt hij hoe deze of gene, dit of dat heeft overleefd. Wat minder Star Wars laten kijken.

Een vrouw op straat wordt voortgetrokken door een hond aan de leiband. Het is een erg rosse cocker spaniel (dat moest ik opzoeken). Haar haar heeft dezelfde kleur als de vacht van de hond. Ik stel me voor dat ze de hond meenam naar de kapster: ‘Ik wil de kleur van Isabellaatje.’

Hij wil een das. ‘Dat is iets om rond je nek te doen en dan is er een schuin puntje hier en hier ook. Trouwers dragen dat, zegt Niek. Is dat waar? Want dan wil ik dat ook eens aandoen.’

‘Wil je over mijn haar hoofd aaien, mama?’ Zo vallen we in slaap.

Advertenties
Dit bericht is gepubliceerd op 25 januari 2017 om 23:28. Het’is opgeslagen in Lijstjes en getagd als , . Markeer de permalink als favoriet. Volg hier alle reacties met de RSS feed voor dit bericht.

Een gedachte over “Een klein leven

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: