OVER TIJD (IV)

Dit is een mini-reeksje over tijd. Op zich vrij atypisch want ik heb weinig met tijd. Ik heb er geen schrik van en wil er ook niet in ingrijpen. Tijd en ik laten elkaar veelal koud. Meestal. Want soms is er wel eens tijd waar ik heimwee naar heb, die ik wil overslaan of de tijd die won. In dit vierde deel: tijd die ik stil wil laten staan.

Kriebels

“Ik heb kriebels in mijn buik, mama.”

Op de helft van de zomervakantie maken Zoon en ik een fietstocht. “32 kilometer” doet hij geveinsd nonchalant en met dito dédain tegen iedereen anders dan ik. Aan mij bekent hij de vlinders waarmee hij al sinds de kleuterklas uitdrukking geeft aan de opwinding over nieuwe en spannende gebeurtenissen. Vorige keer dat we dit deden, waren het nog geen vlinders maar ronduit zenuwen. We zetten het toen op een schreeuwen om ze te kanaliseren, moesten erg lachen om onszelf, bliezen even uit en aten ondertussen een sandwich. We waren twee kilometer van huis.

Ook dit jaar blijven we dromen van zon en snorkelen maar kijken daarom niet minder uit naar de boerderij waar we heen trekken. Ik heb in de eerste helft van de vakantie ruimte gehad om al mijn frustraties te botvieren, hij heeft er al logeerpartijtjes bij grootouders, een scoutskamp én een tenniskamp op zitten. “Ik kan dat nog goed, tennissen, zo voor de eerste keer dat ik het doe,” had hij de eerste dag gezegd. “Ah ja”, vroeg ik, “heeft de coach dat gezegd?” “Neuh”, deed hij laconiek, “ik zeg dat.”

Ik beken nu dat ik eigenlijk ook een beetje kriebels heb. “Dit is wel fijn, hé? Zullen we er anders een jaarlijkse traditie van maken om tijdens de zomervakantie te gaan kamperen op de boerderij?”
Hij zwijgt. Dat kind van mij op zijn koersfiets, met zijn billen om noten mee te kraken en kuiten van staal, beukt kilometers tegen de wind langs de Schelde in. Hoe kan ik nu niet aan Boudewijn de Groot denken? Pas vele kilometers en gespreksonderwerpen later antwoordt hij beslist: “Nee. Ik wil dat wel ieder jaar doen maar een traditie… nee.”

“Ben jij mijn biologische moeder?”, vraagt hij verderop helemaal uit het niets.
“Euh, ja…”, antwoord ik enigszins op mijn qui-vive. Het valt nooit met zekerheid te zeggen waar je uitkomt met zo’n vraag bij dit kind.
“Heb jij dan ook een goed leven gehad?” Met het voortreffelijk gevoel voor drama dat hem eigen is, laat hij de welgemikte pauze waarin mijn frank kan vallen.
Ik barst in onbedaarlijk geschater uit. De fietsers die ons kruisen, kijken ons vreemd en geamuseerd aan. Het is wellicht een zicht: vrouw met slappe lach op fiets volgestouwd met kampeergerief, geflankeerd door een vikingkind met lange blonde haren die helmboswuivend in de wind flapperen.
“Sja”, gaat Zoon verder, “dat zeg jij toch ook altijd over de kippen waar wij de eitjes van kopen?”

Hier. Dit. De zomerdagen die alleen maar bestaan uit het gouder zien worden van zijn nekhaartjes. Dat is de tijd die ik stil wil laten staan.

Dit bericht is gepubliceerd op 14 oktober 2019 om 13:41. Het’is opgeslagen in hart, Hoofd en getagd als , , , , . Markeer de permalink als favoriet. Volg hier alle reacties met de RSS feed voor dit bericht.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: