Zonde

‘Uithongering’ noemde hij het, en poogde daarmee onze zonden weg te wassen. Heeft de dief die brood steelt uit honger, minder morele schuld dan de veelvraat? Is de van honger verscheurde zondaar slechts een sukkelaar waarvoor we mededogen moeten tonen, en is hij die voorzien is van spijs en goed, des te meedogenlozer schuldig? Verhouden schuld en nood zich omgekeerd evenredig ten opzichte van elkaar? Is nood een verzachtende omstandigheid? Ik heb geen god om het aan te vragen.

Lam gods, dat wegneemt de zonden der wereld,
ontferm u over ons.

Uithongering was ook de spons om mijn grenzen mee te vervagen. De krijtlijnen van mijn moraliteit werden stoffig en onduidelijk. Is huidhonger een verzachtende omstandigheid? Ik was al zo lang verstoken van een aanraking. Na een eeuwigheid in de woestijn werd ik uitgenodigd in een land van melk en honing. Het was geenszins het Beloofde Land en de farao was compleet louche, maar mijn tocht was al te lang geweest om te blijven weerstaan aan zijn oase. Ik liep ervan weg en cirkelde errond tot ik ervan tolde. De farao lonkte me naar de poorten met goud, wierook en mirre, tot ik uiteindelijk toch over de drempel stapte. Er was geen verweer meer; ik had honger. Ten lange leste waste ik me de schuld van de handen. Het was geenszins goed – dat wist ik – maar het voelde wel zo. Geef me even. Geef me dit. Geef me een beetje.

Lam gods, dat wegneemt de zonden der wereld,
ontferm u over ons.

Was het lust? Zeker. En ijdelheid. Want behalve weer aangeraakt, werd ik na tien lange jaren ook weer begeerd. Of eigenlijk moet ik zeggen: zoals nooit tevoren. Ik werd verheven, fysiek, intellectueel en emotioneel, unapologetically en grenzeloos. Dat liet ik me welgevallen. De farao had mij, de eeuwig onzichtbare zwerfster, uit de woestijn geplukt, me gevoed en gelaafd en zo het vuur in me terug aangewakkerd. In het aanschijn van de verzengende hitte waarvoor al menig farizeeër op de vlucht was geslagen, gaf hij geen krimp. Hij deinsde voor niets terug; niet mijn wilde hart, niet mijn geslepen tong, niet mijn geselende geest. Zichtbaarder kon ik niet worden. ‘La tigresse valt niet te temmen’, zei hij eenvoudigweg.

Lam gods, dat wegneemt de zonden der wereld,
ontferm u over ons.

Het was een schok, plots te zien dat hij evengoed uitgehongerd was. Al die tijd had ik hem voor een scrupuleuze slokop gehouden. Het goud, de wierook en mirre waren enkel een product van mijn verbeelding geweest. Hij had het me proberen duidelijk maken maar ik was ziende blind gebleven. Ongelovige Thomas. Eenmaal de schellen van mijn ogen waren gevallen, zag ik zijn hongerige hart. Het veranderde alles. Uithongering had aan de basis gelegen, zei hij, en waste daarmee onze zonde weg. Want is overspel zondig? Zeker. En verliefdheid?

Lam gods, dat wegneemt de zonden der wereld,
ontferm u over ons.

Verliefdheid was de verboden vrucht die de zondeval inluidde. Schaamte werd mijn deel. Ik toste de erfzonde van Maria Magdalena op mijn schouders en spoorde hem aan om de enige deugd te redden die ons nog restte: moed. De moed om eerlijk te zijn. Hoe groter mijn verlangen om bij hem te zijn, des te meer ik mezelf kastijdde met het visioen van iedere bedrogen echtgenote ooit, van ieder gebroken gezin. Alsof ik persoonlijk was langsgekomen om eigenhandig hun dromen aan gruzelementen te slaan. Vrienden met een gelijkaardig verhaal kon ik niet eens meer onder ogen komen. Hoe had ik hen dat kunnen aandoen? Ik was de zondige vrouw nec plus ultra. ‘If you love something, give it away’, zingt Bright Eyes, en ik vertrok.

Lam gods, dat wegneemt de zonden der wereld,
ontferm u over ons.

Sindsdien, het enige moment waarop ik het goede lijk gedaan te hebben, slaat mijn moreel kompas tilt. Sweet irony. Waarom ken ik wel schaamte en schuld, maar geen spijt? Hoe moet ik spijt hebben dat ik vond wat ik altijd al wilde? Hoe doe ik daar begot afstand van? Mag ik willen wat ik altijd al wilde, zelfs al is het niet van mij? Is liefde dan niet altijd goed? Of is gestolen liefde sowieso altijd slecht? Mag ik nu verdrietig zijn? Heb ik wel recht op tranen als ik verantwoordelijk ben voor die van een ander? Waar is het lam dat alle zonden der wereld van me overneemt? Wie kan mij vergeven? Waar is de hel of het vagevuur waarin ik nu moet branden?

Dit bericht is gepubliceerd op 8 mei 2019 om 16:12. Het’is opgeslagen in hart en getagd als , . Markeer de permalink als favoriet. Volg hier alle reacties met de RSS feed voor dit bericht.

2 gedachten over “Zonde

  1. Inge op schreef:

    t Is voorbij gekomen om t vuur in je terug aan te wakkeren en dat is een goede zaak. Zo ook bij hem. t Was nodig blijkbaar. Maar nu met dat vuur verder. Je kan ook dankbaar zijn voor t cadeautje langs de weg.

  2. Pingback: Alles | Inkelspielchen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: