Verliefd

Je bent niet verliefd op me. Dat blijf je herhalen tot er van mij niet veel meer overblijft dan flarden. Een vliegenhor van reepjes spek. Je klemt je beide handen rond je t-shirt, daar waar je hart zit: ‘Het is hier. Daar wringt iets. Dit klopt niet.’ De wanhoop staat op je gezicht. En ik knik.

Dat je het goed hebt proberen doen, zeg je. Met respect enzo. Maar dat je het niet kan helpen me weg te duwen. Je hebt je zo rot gevoeld de afgelopen dagen. Elke dag zat je met je telefoon in de handen maar je stuurde niks. Ik heb iets gezegd over intimiteit dat door je hoofd is blijven spoken. En ik heb je toegelaten in mijn leven, terwijl ik dat met niemand deed. Dit keer klem je de handen rond je keel.

Je had dit evenmin zien aankomen. Je vindt me intrigerend. Mensen zoals ik kom je niet vaak tegen. Je bent graag bij me, we kunnen praten en ik ben intelligent. Maar het zou allemaal niet zo moeilijk mogen zijn. Je verwacht De Grote Verliefdheid, de alles overheersende storm und drang van op hol geslagen hormonen. Je denkt dat alles dan vanzelf zal gaan. Dat idee mag ik je niet afpakken.

Je vraagt wat ik nu wil en geeft zelf het antwoord: ik wil een relatie. Het idee alleen al drijft de wanhoop in je ogen op de spits. Je hebt vrienden, een rijk sociaal leven en nee, sinds je mij kent geen andere vrouwen, maar je bent niet verliefd op me. Er is een onevenwicht in onze verwachtingen, dat heb je nu toch juist gevoeld? Je blik smeekt bijna. Je wil het zo graag juist gevoeld hebben.

Ik weet niet of ik een relatie wil, herhaal ik. Ik ben ook niet verliefd op jou. Ik wil die relatie gewoon niet a priori uitsluiten. Ik kom zo zelden iemand tegen in wie ik wil investeren. Ik wil niet dat dit stopt. Maar ik wil er ook niet van afzien.

Je sluit een relatie a priori wel uit.
Je bent niet verliefd op me.

Ik vind het zo verdomd onlogisch. Wat willen mannen als jij nu eigenlijk? Hoe vaak gebeurt het dat je iemand tegenkomt met wie je kan praten, lachen én vrijen? Wat is dan wel genoeg? Ik zal je weer moeten wissen. Wil je me dan nu wel met rust laten? Je noemt me extreem. We kunnen elkaar toch blijven zien? We kunnen praten en koffietjes drinken. Ik vraag me af of je dat zelf gelooft.

‘Als dit het alternatief is voor verliefdheid, dit wat wij nu hebben, dan vind ik dat allemaal zo erg nog niet.’ Het is het laatste wat ik zeg voor ik wegloop. Ik stap op de fiets en kijk niet meer achterom. Eens voorbij de bocht en over de brug, komen de tranen. Eenmaal thuis, krijg ik geen adem meer.

Als een mokerslag komt het binnen. Ik ben een idioot geweest. In heel ons gesprek zat maar één denkfout: ik ben wel verliefd op je. Dat is wat je hebt gevoeld. Nu ik niet bang meer ben dat je me zal wegduwen – nu je weg bent – is het plots glashelder.

Had ik me niet mogen làten wegduwen? Had ik vaker en sneller zelf moeten terugkomen? Had ik luidop moeten zeggen hoe je concentratie me ontroerde toen je naar je werk luisterde? Hoe ik ervan hield dat je ’s ochtends meteen achter de piano kroop? Hoe heerlijk het was om met je te drinken? Hoe veilig om een boek met je te lezen? Had ik je vaker gewoon moeten vragen me te kussen? Had jou dat ook van angst bevrijd? Zou je hart dan niet meer gewrongen hebben? Had ik het allemaal moeten benoemen?

Had ik dapperder moeten zijn?

Advertenties
Dit bericht is gepubliceerd op 28 maart 2017 om 14:30. Het’is opgeslagen in in mijn hoofd en getagd als , , . Markeer de permalink als favoriet. Volg hier alle reacties met de RSS feed voor dit bericht.

10 gedachten over “Verliefd

  1. Liesje op schreef:

    Had hij niet veel dapperder moeten zijn???

  2. HYPE op schreef:

    supermooi geschreven Inke

    >

  3. Je bent al zo lang en zo veel dapper, lieverd.

  4. f op schreef:

    oh, je bent juist zo dapper geweest heb ik de indruk: je hebt je open gesteld en je hebt hem toegelaten…Zo jammer dat het bij hem zo liep… Courage…

  5. Dit. Dit is helemaal wat ik voelde, en nog altijd. Het gesprek was 100% hetzelfde. Dat hij niet verliefd was. Dat ik dacht: wat nog meer dan, wat nog meer kan je vinden bij iemand anders, en waarom dan wel bij haar en niet bij mij? Me daar schuldig over voelen, want ook ik voel me (nog altijd) gatenkaas: er is niet veel meer over van mijn zelfvertrouwen, dus is niet alles beter bij eender wie?

    Het knagende gevoel van falen. Het blijvende gevoel van het niet te begrijpen en nooit helemaal te kunnen plaatsen.

    De vragen: als, als, als. Als ik nu eens meer getoond had, meer gezegd had, meer gevochten had, in plaats van te vertrouwen op tijd, die ik achteraf gezien helemaal niet had.

    Wat een miserie.

    En tegelijk: wat helpt het me dat ik kennelijk niet de enige in de wereld ben.

    Courage voor ons?

    • Ik heb weinig antwoorden voor je, liefste Atlas. Alles wat ik dacht te weten, komt dit keer op de helling te staan. Misschien zijn de antwoorden op onze vragen minder belangrijk dat de vragen zelf. Stellen we wel de juiste vragen? Waarom vallen we op dat soort mannen? Om maar iets te zeggen.
      En dat je niet de enige bent… het helpt. Een beetje. Ja, courage voor ons x

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: