Het leven is geen jongleerwedstrijd

Ik staar naar mijn zoon die op bed staat te springen. Zijn blonde haren deinzen op en neer, op en neer, op en neer… Hij kirt en giechelt. In zijn bruine velours winterpyjama scoort hij elf op tien voor aaibaarheid. Plots knipt hij zich in een hoek van 90 graden en zegt: ‘Kijk hé, mama!’ Schaterend laat hij zich op het bed vallen.

Ik schrik op uit mijn dagdroom. Hoe kan mijn wereld zo verschillend zijn van de zijne?

Vanochtend zat ik bij de dokter. Niks geen drama, gewoon in stilte kopje-onder gegaan. Blup, weg was ik. Ik ben geen jongleur in het leven, dat is mijn probleem. Ik probeer altijd verschillende ballen tegelijkertijd in de lucht te houden. Ik ren altijd. Maar nu is één zo’n bal door mijn handen geglipt en lagen ze plots allemaal op de grond. Ik kan daar alleen maar als verlamd naar staan kijken. Ik slaag er niet in mezelf weer in beweging te krijgen. Mijn hoofd is blank.

Het leven is een circus en ik ben een beroerd performer. Of toch als ik meer ballen in de lucht moet houden dan ik aankan. Dus heb ik beslist uit de arena te stappen. Wanneer ik me op de tribune laat ploffen, voel ik me een mislukkeling. Het leven is niet aan de toeschouwers, werd ons altijd geleerd. De dokter zei dat ik één week aan de kant mag blijven zitten. Een week. Het lijkt nauwelijks voldoende om zelfs maar mijn adem terug te vinden. (Als ik na die tijd opnieuw in zijn kabinet zal staan om nog een tweede week te vragen, vindt hij me ronduit verdacht.) De afgang is compleet.

Ik verdenk mezelf ervan geen talent te hebben voor het leven tout court. Tot ik vijf seconden mijn hoofd van tussen de schouders haal om te zien dat ik daar niet alleen zit, op die tribune. Om niet te zeggen dat het er eigenlijk druk is. Niet alleen deze jongleur is uit de ring gestapt. Ook de andere circusartiesten hebben de handdoek erin gegooid. Eén voor één zijn ze afgedropen en in de schaduw gestapt: gevallen trapezewerkers, huilende clowns, goochelaars met ingedeukte hoed en af en toe zelfs een directeur die zijn stem kwijt is. Iedereen die hier zit, is een tikkeltje beschaamd en vooral: hopeloos alleen. Denkt ie.

En plots begrijp ik het: het ligt niet aan ons.

De wereld is in overdrive. Wanneer zijn we het als normaal beginnen beschouwen om vijftien ballen tegelijk in de lucht te houden? Hoe komt het dat van ons verwacht wordt dat we tegelijk aanwezige ouder, toegewijde partner, goede vriend, perfecte huisvrouw, handige doe-het-zelver en carrièremens zijn? We vallen met bosjes ten prooi aan burn-outs, bore-outs, depressies,  verslavingen en suïcide. En de hele tijd leggen we de verantwoordelijkheid bij onszelf en denken we de enigen te zijn? De tribune is overbevolkt door mensen die het niet meer trekken.

Dat is waanzin. Er moet een andere manier zijn.

Dus recht ik mijn schouders en daal de tribune weer af. Ik beslis een prima jongleur te worden. Door toewijding en training. Met één bal per keer. Ik weiger me nog onder druk te laten zetten om er meer in de lucht te houden. Dat is voor wanneer ik daar opnieuw de ruimte voor heb. Misschien. Als ik dat zelf wil. Maar eerst vraag ik de lichten boven de tribune aan te steken. Dat wie daar zit, tenminste kan zien dat hij niet alleen is.

(Deze column verscheen in het eerste nummer van Pit, het gloednieuwe magazine van Groen)

Foto: WebUrbanist

Advertenties
Dit bericht is gepubliceerd op 11 april 2016 om 11:37. Het’is opgeslagen in Freelance column en getagd als , , , . Markeer de permalink als favoriet. Volg hier alle reacties met de RSS feed voor dit bericht.

7 gedachten over “Het leven is geen jongleerwedstrijd

  1. Wat een goed stuk. Hier laatst twee dagen gekregen van een dokter. Twee dagen, voor een moeder die alleen is, een gemene rechtszaak probeert te managen, een baan doet van 90% die in de praktijk op 130% komt, een bijberoep heeft om de eindjes aan elkaar te knopen, elke dag ziek is (lees: pijn of uitputting). Ik denk veel te vaak dat ik het leven gewoon echt niet leuk vind, tussen het rennen van a naar b door.

    • I hear ya. Teruggaan naar de dokter, verlenging vragen. Kan me niet schelen hoe scheef ze je bekijken. Jij weet beter dan wie dan ook wat je nodig hebt. Courage, Prinses, het komt goed. Je zonen zijn ook jonger dan de mijne, dat scheelt een hoop.

  2. Wat ik geleerd heb met een hele tijd tribunezitten: Veel “moet” omdat we onszelf opleggen mee te performen. Ik ben daar uit gestapt, moet helemaal niks meer. Ik heb veel geschrapt en doe wat echt nodig is en verder wat energie geeft i.p.v. leegzuigt. Niet dat dat altijd lukt hé.

  3. Knap!

    Ik zit al lang in de tribune. Eerst vond ik geen moed om af te dalen en nu lijkt het dat als ik een paar stappen zet en één bal in de lucht probeer te houden, er van alle kanten nieuwe ballen naar mijn kop gegooid worden.

    Maar je stuk inspireert en geeft moed.

    Thx!

  4. Pingback: Al die kommer en kwel | Inkelspielchen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: