Better the devil you know: bad boy (deel II)

 

Ik ben een vermijder. Soms. En soms is niemand angstiger om verlaten te worden dan ik.

Het hangt ervan af wie er voor me staat. Iemand die alles wil geven, compromisloos, zonder strijd? Moet ik niet. Niet aantrekkelijk. Vermijdende reactie. Een bad boy? Iemand die ik voor me moet winnen, die er eigenlijk gewoon niet is? Mak als een lam laat ik me naar het offerblok leiden in de hoop op die manier toch maar die finale erkenning te krijgen. Alsof er punten te scoren vallen met ‘Waw, wat een mak schaap is dees’. Not.

Geen strijd? Geen liefde.
Zo simpel is dat.
Aantrekken en afstoten.

Ondertussen heb ik dat al een tijdje door. Eens je het patroon ziet, vind je het absurd dat je het nooit eerder opmerkte. Dus deed ik het afgelopen jaar niet meer aan liefde. De jaren van aantrekken, afstoten en afzien hadden me moe gemaakt. Nu ik wist hoe het werkte, hoe het niet moest, zocht ik de rust van alleen zijn op. Om uit te zoeken hoe het dan wel moest en niet in het minst omdat ik nu ook een kind had om verantwoordelijkheid voor op te nemen.

Tegen alle verwachtingen in werd het solo leven steeds gemakkelijker, tot ronduit comfortabel. Mijn zakken leeghalen had een heilzaam effect. Ik leerde van mezelf te houden, voorzichtig en met mondjesmaat. Ik begon te schrijven, deed van grote carrièrewending en kocht een huis. Mijn rug werd steeds rechter. Nu blijft slechts de liefde als horde over. Ik lijk er klaar voor te zijn maar kan vooralsnog beter om met alleen (wat een reuzensprong is voor een oorspronkelijk angstige) dan met de complexiteit van liefde.

Want zo is dat met onveilig gehechten: liefde is veel dingen, maar nooit simpel. Alleen blijven was minder pijnlijk dan gebroken harten grossieren. Liefde is een hoogst destabiliserende factor. Hoewel ik de foutste mannen er nu a priori wel uit filter, blijf die aantrekking tot vermijdende mannen een gegeven. Dat zal nooit anders zijn. Ik zit vast in die theorie. Hoe daar koel onder te blijven in de praktijk? Hoe de pedalen niet te verliezen en niet in een kramp te schieten?

Enfin, om maar te zeggen: ik heb me vergist. Niet de angst om niet goed genoeg te zijn, verhinderde me om een pintje te gaan drinken. Het was angst om weer in oude patronen te vervallen, angst voor mezelf. Bang dat ik veel te hard van stapel zou lopen als ik eindelijk eens iemand misschien leuk zou vinden. Hard van stapel en halsoverkop zijn de fabrieksgarantie op mislukking voor onveiligen.

Het was de therapeute die me vroeg waarom ik dat pintje überhaupt wilde gaan drinken. Overdenkers hebben dat, de simpelste vragen slaan ze het snelst over. Ik schrok van mijn antwoord: omdat ik hem beter wilde leren kennen. Zo eenvoudig was dat dus. Ik was helemaal niet verliefd. Dit was een leuke jongen die me interesseerde, that’s all. Bovendien kende ik hem al bijna een jaar. Alles aan deze situatie was anders dan het holderdebolder van altijd.

Eens ik inzag dat een afspraak niet meteen een huwelijksbelofte inhield, heb ik gevraagd of hij zin had om te komen eten. Ja ja, ik heb het toch gedaan. En het was verrassend makkelijk. Hij kwam eten en niemands hart werd gebroken. Het was zelfs zo gemakkelijk dat ik het kort daarna nog ‘ns aan iemand anders vroeg en daar niet eens stil bij stond. Er was geen angst, alleen maar spontaneïteit en nul verwachtingen. Ik kende deze man niet en wilde daar verandering in brengen. Klaar.

En nu.
Nu is alles anders.

De bruggen zijn neergelaten. Zonder het goed te beseffen, sta ik plots in het labyrint en hol door de gangen als een kind dat na een lange winter eindelijk weer buiten mag spelen. Dit is compleet onbekend terrein. Op deze manier heb ik het nog nooit gedaan, zonder meteen al te denken in termen van relaties. En ja, natuurlijk heb ik nog wel ‘ns schrik. Maar ik heb geen zin meer om alles te denken, het is tijd om te doen.

Het is 5 uur ’s ochtends.
Ik ben een alleenstaande moeder van bijna 37 met een kind van 5.
Dit is het tweede weekend op rij dat ik hier ben, in deze bar, op dit uur.
Ik ben dronken en de mannen rond me zijn dat ook.
Zij trakteren me pintjes.
Ik dans dans dans.
Ze cirkelen rond mijn taille als haaien rond hun prooi.
Ze vragen me om met hen mee te gaan.
Ik dans.
Ik lach.
Ik zuig het leven naar binnen.
Ik leef.
Ik lééf, verdomme.

Bad bad bad bad boys, you make me feel so good.

Advertenties
Dit bericht is gepubliceerd op 5 april 2016 om 12:17. Het’is opgeslagen in in mijn hoofd en getagd als , , . Markeer de permalink als favoriet. Volg hier alle reacties met de RSS feed voor dit bericht.

3 gedachten over “Better the devil you know: bad boy (deel II)

  1. Heerlijke blogpost. Fijn dat je het kan, je gedachten, verwachtingen, … even loslaten.
    Leven én genieten. Dat verdien je.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: