De derde dag

Het is de derde dag. De vroedvrouwen en de moeders die me zijn voorgegaan, hebben me hiervoor gewaarschuwd. ‘De derde dag voorzie je beter geen bezoek’, zeiden ze. Ik sorteerde die raad onder ‘urban legend’ en ging mijn eigengereide gang. Maar nu is het er en hebben zij gelijk. Dit is babyblues.

Ik zit op de rand van het ziekenhuisbed met mijn rug naar de deur een potje te grienen. Het liefst deed ik dat met lange uithalen en wat pathetisch gesnik, maar dat zit er niet in zolang de mama naast me niet ontslagen wordt. De verwarring is compleet. Mijn zoon is een dotje en het moederschap zit me toch als gegoten? De borstvoeding loopt ondanks de keizersnede toch als een trein? Wat dan? Wat?

De hormonen! Ja natuurlijk, de hormonen. Dat is me een aantal weken geleden uitgelegd. Een pasgeborene heeft een maag ter grootte van een duimnagel. Van die wetenschap sta ik nog steeds versteld. Borsten produceren in die eerste dagen enkel een vette, suikerige vloeistof; nog geen melk. Op de derde dag na de geboorte slaat de hormonenhuishouding van de mama op hol om eindelijk aan de echte melkproductie te beginnen. En dat heb ik geweten.

Zouden koeien dit nou elke dag voelen?

De stuwing – het woord dat ik wil nomineren als lelijkste aller tijden – komt tegelijkertijd met dat besef opzetten. De verpleegsters raden me een warme douche aan om de spanning te verzachten. Mijn borsten lijken te zullen ontploffen. ‘Zouden koeien dit nou elke dag voelen’, vraag ik me af terwijl het water over me stroomt. Het is een afgrijselijke gedachte, zowel voor de koeien als voor mezelf.

Terug in de tijd: de winkeldame geeft me een zwangerschapsbeha in een cupmaat waar ik steil van achterover sla. Daar moet ze om lachen. ‘Wacht maar tot je stuwing hebt.’ Mijn borsten zullen dan nog veel groter worden, verzekert ze me. Nu ben ik degene die om haar lacht. Dat kan niet. Nee, echt, dat kan echt niet.

De kersverse mama in het bed naast me krijgt een pilletje om de stuwing tegen te gaan. Ik luister haar telefoongesprek af: ze wil geen hangtieten.

De derde dag is het begin van een onwezenlijke tocht door borstvoedingsland. Van in water gedrenkte pampers die de verpleegsters in de microgolfoven stoppen om dan op mijn borsten te leggen. Van nieuwe woorden als ‘tepelhoedjes’. Van vroedvrouwen en verpleegsters die met hun vingers mijn tepelhoven manipuleren om mijn zoon en mij te helpen ‘om goed aan te leggen’. Van tepelkloven en borstontstekingen. Van beha’s die openklikken om de tepel vrij te maken en mijn zoon op zijn wenken te bedienen. Van een nieuwe betekenis voor terminologie als ‘vraag en aanbod’.

Mijn borsten worden gemeenschappelijk goed. Plots geef ik er geen zier meer om wie ze ziet.

Ik onderdruk meermaals de aandrang om mijn zoon vermanend toe te spreken: ‘Dit was niet de bedoeling, kerel! Ik zou mijn lijf terugkrijgen.’ Niets is minder waar. Ik heb enkel mijn buik terug, mijn borsten worden gemeenschappelijk goed. Plots geef ik er geen zier meer om wie ze ziet. De dagen dat ze een louter recreatieve functie hadden, lijken definitief voorbij. Dit is business en mijn nageslacht is een lastige klant.

Mijn oma, moeder van zes kinderen, laat zich in die eerste weken ontvallen dat borstvoeding ‘toch het gemakkelijkste is wat er bestaat’. Ik ben in shock. Haar respectabele leeftijd en onze familieband weerhouden me er nog net van haar te lijf te gaan. Met een baby die om de twee uren drinkt, zou ik het gegeven borstvoeding allesbehalve als makkelijk bestempelen. Ik ben doodop.

Pas wanneer mijn zoon een paar maanden oud is en nog steeds aan de borst hangt, kan ik ook haar gelijk geven. Mijn aanbod heeft zich afgestemd op de vraag van mijn zoon en ik sukkel nooit met sterilisators en flesjes. Alles loopt gesmeerd. Mijn trots zwelt naarmate mijn borsten terug hun normale omvang aannemen. Het kind groeit als kool en dat allemaal door mij. Hij is echt moddervet. Van borstvoeding alleen. Dat mijn spul nog straffer is dan epo, verkondig ik met branie.

En ik meen het nog ook. Ik meen dat.

(Deze column verscheen verleden jaar in het boekje Ontboezemingen van Uitgeverij Bibliodroom onder de titel ‘Superboobs’. Het bevat ook fijne stukjes van o.a. Bernard Dewulf, Ann De Craemer en mijn collega’s Barbara, Ann-Marie, Nathalie en Josie bij Charlie. Hop, naar de boekhandel!)

Advertenties
Dit bericht is gepubliceerd op 31 maart 2016 om 10:20. Het’is opgeslagen in Freelance column en getagd als , , , . Markeer de permalink als favoriet. Volg hier alle reacties met de RSS feed voor dit bericht.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: