La vie d’Inkel

In de films is het leven gemakkelijk. Neem nu Adèle. Het kind gaat op café, zegt en passant tegen Emma waar ze school loopt en voor ze het weet, wordt ze ingewijd in de geheimen van de Sapfische liefde. Nu, die Emma weet van wanten. En dan heb ik het niet over die (stomende, stómende) Sapfische liefde maar wel over de vanzelfsprekendheid waarmee ze ‘in de buurt was’ en Adèle uitnodigt om ‘een koffie te gaan drinken’. Kijk, daar stond ik paf van. Zo doen mensen dat dus! Casual. Nonchalant. Gewoon, pop the question.

Het lukt niet zo goed, mijn beste, om de muren te slopen en de bruggen te laten zakken. Ken je dat gevoel, op de rand van een springplank staan? Het is maar de drie meter-plank, je weet dat er eigenlijk niks aan is maar toch durf je niet. Wel, zo is het. Mijn buik kriebelt nog voor de sprong, ik wil op mijn stappen terugkeren, haal nog eens diep adem, tel tot drie, buig de knieën en… ik spring niet. For dear life, spring ik niet. Je zou denken dat ik op het punt sta iemand ten huwelijk te vragen maar nee, het is een FUCKING PINTJE. Het is irrationeel en volstrekt belachelijk.

Het is angst. Elk keer. Altijd is het angst.

Het is al lang een thema hier. Angst houdt mijn leven in de tang. Als het gaat om professionele keuzes, een huis kopen of moederen, ben ik een onversneden waaghals. Maar niet meer in de liefde. Ik heb schrik te moeten horen dat ik zijn ‘type’ niet ben. Schrik opnieuw in mijn gezicht geslingerd te krijgen dat ik een onmogelijk karakter heb. Ik heb oneindige schrik om opnieuw in de steek gelaten te worden. Geen ene keer kan ik dat nog eens aan. Ik heb schrik dat als dat toch zou gebeuren, ik voor eens en voor altijd toeklap als een oester. En bovenal heb ik schrik dat niemand ooit voorbij al die schrik zal kunnen.

Ik vraag het niet, van dat pintje, omdat ik mezelf echt niet mooi vind. En daarmee druk ik me nog zacht uit. Ik ben veel bijgekomen en zie daarvan af. Het valt me bijgevolg zeer moeilijk te geloven dat iemand anders me wel mooi zou vinden. Als er nou één kwaliteit is waar je jezelf pas écht onaantrekkelijk mee maakt… Maar goed, ik hoor ook te vaak: ‘Oh maar die valt op popkes, het ligt niet aan jou’. Ik moet de eerste nog tegenkomen die zegt: ‘Wat ben jij toch een ravissant klein mollig madammeke. Kom hier dat ik u tegen de muur plak.’

Het is lang geleden dat ik nog zulke lelijke gedachten over mezelf had. Ik kan hen ook niet zomaar counteren in mijn hoofd. Want dat hoofd is net het probleem. Het gaat veel verder dan enkel body-image. Alles valt te herleiden tot de oerschrik: de angst niet goed genoeg te zijn. Hoe je er dan uitziet, maakt geen ruk uit. Vraag maar ‘ns na bij een model. Of een popke.

Bijna iedereen die ik ken, heeft schrik om niet goed genoeg te zijn. Iedereen zoekt altijd naar een beetje aanvaarding en erkenning. Iedereen wil gezien worden: door een partner, een ouder, een vriend, collega’s, peers. De ene vecht ervoor en de andere gaat er plat voor op de buik. Sommigen houden mensen op afstand, uit schrik dat ze die erkenning sowieso niet gaan krijgen (ikke!). Anderen houden mensen net ongezond dichtbij, uit schrik de bron van bevestiging kwijt te raken (ook ikke, maar dan vroeger). Enerzijds is het allemaal verschrikkelijk uitputtend en contraproductief. Anderzijds ligt het aan de basis van zowat alles wat schoon en kwetsbaar is: kunst.

En terwijl ik dit allemaal bedacht, daar boven op die springplank, is het momentum voorbij. Iets aan hem zegt me dat hij iemand heeft gevonden die wel durfde springen. Mijn stomme schrik ook om niet mooi genoeg te zijn voor een popkesman. Misschien was ik net een welkome afwisseling geweest. Met de popkes lukte het tenslotte ook niet. Misschien had ik hem helemaal niet zo fijn meer gevonden in een andere context. Misschien, misschien… Ik heb het geen schijn van kans gegeven.

Het is Valentijnsweekend, mensen. Doe nu eens niet wat ik doe. Be like Emma. Stuur die sms. Vraag gewoon om die koffie te gaan drinken. Nonchalant en casual. Spring. Spring dan toch!

Advertenties
Dit bericht is gepubliceerd op 12 februari 2016 om 16:19. Het’is opgeslagen in in mijn hoofd en getagd als , , , , . Markeer de permalink als favoriet. Volg hier alle reacties met de RSS feed voor dit bericht.

3 gedachten over “La vie d’Inkel

  1. … Even los van die koffie (de laatste keer en ook eerste keer eigenlijk dat ik dat gedurfd heb, liep het slecht af), met die gedachten moet je wat doen. Hou mijn blog in het oog, ga gauw een verslagje sturen van een stap die ik gezet heb en raakt aan alle soorten pijn die jij beschrijft. Die los je niet op met een koffie gaan drinken met iemand.

  2. Oh! Misschien is het wel hoog tijd om (nog) eens naar “Le fabuleux destin d’Amélie Poulain” te kijken? Ik geef je een spreuk mee uit de film die ik koester: “La chance, c’est comme le Tour de France. On l’attend longtemps et ça passe vite. Quand le moment vient, faut sauter la barrière sans hésiter.”

    “Luck is like the Tour de France. You wait for it for a long time, and it passes quickly. When the moment comes, you have to jump the barricade without hesitation.”
    — M. Dufayel

    Ik wens het jou van harte toe!

  3. Pingback: Better the devil you know: bad boy (deel II) | Inkelspielchen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: