Jongetjes in jurkjes

Het begon allemaal op een luie weekendochtend. Mijn zoon en ik brengen de helft van die tijd door in pyjama met walmende ‘stinkbekken’, zoals hij dat noemt (met dank aan de Brave Kinders). Een lang uitgesponnen ontbijt en erna het speeltapijt op met zijn autootjes. Voor mij zijn dat de momenten dat er eindelijk tijd is om een weerbarstig lichaamsdeel te ontharen of wat nagels te lakken. Meestal hangt mijn zoon dan achteloos rond in de badkamer, in de weer met zijn brandweerauto en ander speelgoed.

Die ochtend was anders. Hij was drie jaar en wist wat hij wilde: óók gelakte nagels. Ziedaar, de zoveelste uitdaging van het ouderschap.

Ik ben in een oer-traditioneel gezin opgegroeid. Vader ging uit werken, moeder is vele jaren thuisgebleven om voor mij en mijn jongere zus te zorgen. Vader heeft nooit een luier aangeraakt (ook niet van zijn kleinzoon), kookt niet, wast niet, plast gelukkig wel zelf. Moeder ging niet aan de slag met boormachines en reed zelden het gras af. Van de Sint en andere weldoeners kregen wij Barbies, mini-wasmachines – met bijhorend droogrek en strijkijzer – en de Babysittersclub cadeau. Ieder zijn plaats, ieder zijn rol. Ik wil daar geen waardeoordeel aan vasthangen; mijn ouders zijn liefhebbende mensen. Ze deden de dingen gewoon zoals het altijd was geweest en hoe het altijd zou zijn.

Maar hoe ouder ik werd en hoe meer ik mijn best deed om in het plaatje te passen, des te onaangepaster en awkward voelde ik me. Het wrong enorm. Ik zweeg en deed mijn best om erbij te horen. Ik ging erg ver om toch maar aanvaard te worden en negeerde mijn eigen verlangens, probeerde te doen wat ik dacht dat anderen van me verlangden. Erg vermoeiend en contraproductief allemaal.

Ik was tweeëntwintig toen ik uiteindelijk crashte. Ik had geen flauw idee meer van wie ik was of van wat ik zelf nog wilde. Na die crash, gooide ik het roer om. Ik gunde mezelf afwijkende standpunten, verkende ze, leerde ze aanvaarden en in te nemen. Ik gaf de strijd om goedkeuring van anderen op en leerde zelfstandig te denken. Ik werd eigenzinnig en dat beschouw ik nog steeds als een bevrijding.

Het is niet omdat de meeste mensen het doen, dat het daarom goed is.

De manier waarop ik mijn zoon opvoed, ligt in het verlengde van die zelf samengestelde filosofie. Ik informeer me, maar aanvaard niets zomaar. Het is niet omdat de meeste mensen het doen, dat het daarom goed is. To be frowned upon is ondergeschikt aan zijn welzijn. En naarmate hij ouder wordt, moet ik ook mezelf constant bijsturen. Dat is opvoeden voor je.

Toen hij me vroeg of hij ook rood gelakte nagels mocht, wilde ik in eerste instantie antwoorden dat gelakte nagels voor meisjes zijn. In de fractie bedenktijd die ik mezelf gaf, kon ik echter geen enkel ander zinnig antwoord bedenken op de vraag waarom ik het hem niet zou toestaan. Hij was een kind van drie dat zich spontaan aangetrokken voelde tot kleur en mij als een rolmodel zag. Wat ik deed, wilde hij ook doen. Meer dan dat moest ik daar toch niet achter zoeken? Dus lakte ik zijn nagels en stuurde hem naar school. Hij was gelukkig en geen haan kraaide ernaar. Die dag was ik trots op mezelf. Alweer een mijlpaal in ons beider emancipatie.

Daarna kwamen er nog andere momenten. Toen hij mocht kiezen tussen een donkerblauw regenpak met wolkjes en bliksemschichten en een rood met roze hartjes, ging hij voor het laatste. Dus ik ook. Toen hij op vakantie de keuze had tussen een groene en een roze zonnebril, koos hij de roze. Idem dito voor de roze versus de blauwe Crocs (en ja, ik haat Crocs al even erg als u). Bij de apotheker werd hij aangetrokken tot de pleisters met afbeeldingen van Cars maar dat was enkel omdat hij die met de Disneyprinsessen nog niet had zien hangen. Ik zou liegen als ik zeg dat die keuzes door mij intussen al zonder verpinken werden geruggensteund. Ik stond er weldegelijk nog bij stil, maar tot mijn eigen verbazing kostte het me geen moeite meer om erin mee te gaan.

Ik kon geen enkel zinnig argument bedenken om het jurkje te verbieden. Dus trok hij het aan en was de rest van die dag een feest voor hem.

Tot die dag, een paar weken geleden, dat we bij vrienden naar een rommelmarkt gingen. Daar lag een rood-wit geblokt kleedje, precies in zijn maat. Je kon er donder op zeggen: hij moest en zou dat kleedje aantrekken. Gelakte nagels was één ding, effectief een jurk aantrekken iets heel anders. Dit voerde ons naar een compleet nieuwe dimensie. ‘Gaat dit te ver?’, vroeg ik mezelf af. Maar alweer kon ik geen enkel zinnig argument bedenken om het niet toe te staan. Dus trok hij het jurkje aan, ging voetballen en was de rest van die dag een feest voor hem.

Ik volgde iedereens blik met argusogen. Jawel, hij kreeg vreemde blikken. Gelukkig bevond ik me te midden van een overwegend ruimdenkend publiek van filosofische vrijbuiters. Het gros van de aanwezigen sprak zich vol bewondering uit over de lefgozers die we waren. De vraag of hij een jongen was, werd slechts hier en daar voorzichtig geopperd. Alweer tot mijn eigen verbazing, kwam mijn antwoord naturel: ‘We moeten proberen zo lang mogelijk een open geest te bewaren, toch?’

Ik sprak de zin uit en besefte dat ik daar ter plekke de essentie van mijn pedagogie had samengevat: een open geest. Mijn zoon is verzot op autootjes en de kleur roze, hij wil later Spiderman worden, neemt met zijn vier jaar al woorden in de mond als ‘cool’ en ‘stoer’, hij houdt van Disneyprinsessen, rijdt rond met een K3-mandje op zijn fiets en zegt dat mij knuffelen ‘het liefste van de hele wereld’ is.

‘Ja ja, ge hebt het vlaggen’, wordt er al eens smalend gezegd (insinuerend dat hij homo zou zijn). Dat zegt, wat mij betreft, meer over de bekrompen geest van degene die zo’n uitspraak doet. En zelfs als hij homo is: et alors? Geen familiedrama’s in dit gezin: mijn zoon groeit nu al niet op met het idee dat hij dan afwijkend zou zijn (de horror).

 

roze2

 “Ik wil allemaal roze mannen, mama.”

 

Moet ik hem dan in een keurslijf stoppen en in hokjes leren denken? Proberen we daar met z’n allen net niet van los te komen de hele tijd? Worden we daar allemaal ook niet verschrikkelijk moe van? Zijn sekse en wat er zich op de kruising van zijn lichaam bevindt, heeft hij al meer dan uitvoerig verkend. Maar het concept ‘gender’ bestaat niet eens in zijn jonge geest. Tenzij ik het idee daar plant: hoe zou het ook? Hij is nog maar net zijn ego aan het afronden. En welk nut zou het überhaupt hebben daar op zijn vierde al bepaalde stereotypen aan te koppelen? Of op eender welke leeftijd?

Of ik daar niet te ver in ga? Gisteren nog werd de website genderklikvoorjongens.be gelanceerd. Actie-onderzoek in acht Vlaamse en Brusselse scholen, heeft aangetoond dat jongens én meisjes zich geenszins bewust zijn van de negatieve gevolgen van genderstereotypering op hun levenskwaliteit. Jammer genoeg verwondert me dat niet. Jean-Marie Dedecker heeft daags voor de lancering nog bewezen dat het concept ‘male chauvinist pig’ een term is die we ondanks de (door hem aangehaalde) jaren ’60, nog niet kwijtgeraakt zijn. Met alle gevolgen van dien: mannen sterven jonger dan vrouwen en drie maal vaker door zelfmoord. Ze zijn vaker slachtoffer en dader van geweld. Ook van geweld op zichzelf, door drugs- en alcoholmisbruik. Ze ervaren meer druk om succesvol te zijn. Enzovoort.

Op dit moment tegen zijn kinderlijke en volstrekt onschuldige vraag ingaan, om redenen die in zijn leefwereld volslagen ongegrond zijn, zou verstrekkende gevolgen hebben voor zijn voorstellingsvermogen. Dat is ernstig: het zou zijn visie op de wereld en op zijn eigen leven (dat die maakbaar zijn) dramatisch belemmeren. Het interesseert me bijzonder weinig wat hij later wil doen in het leven. Wel probeer ik nu een basis te leggen om van hem een autonoom denkend, kritisch mens met zelfvertrouwen te maken. Een man (of vrouw, want soms wil hij een meisje zijn) die geen boodschap heeft aan gender, ras of uiterlijke kenmerken en die geen inhaalbeweging moet doen op de keuzes die ik hem door de strot heb geramd. Wat hij ook wil gaan doen, het lijkt me dat zijn keuzes op die manier sowieso een grotere kans op slagen zullen hebben.

 Stuur uw zonen uit! In roze of blauw, als Mega Mindy of Mega Toby, als prinsessen of Spider Man. Helden zijn het sowieso.

Door die opvoeding probeer ik te vermijden dat hij zich awkward moet voelen om zijn verlangens. Door hem onvoorwaardelijk graag te zien, ongeacht zijn keuzes, hoop ik dat hij zich nooit onaangepast voelt. Ik hoop dat hij nooit het gevoel heeft er niet bij te horen. Ook al vindt hij moeilijk gelijkgestemden, ik wil hem meegeven dat hij a priori al bij mij (en zijn papa) hoort. Wij zullen autoriteiten in zijn leven zijn tot de dag dat we sterven. Dat is een machtspositie die we niet mogen onderschatten. Door mijn aanvaarding van zijn afwijkende meningen – zelfs in zoverre die afwijken van de mijne – wil ik dat hij zich vrij voelt zijn eigen gedacht te vormen. En dat gebeurt niet gratuit: ondertussen leert hij dat gedacht ook stevig te funderen.

Zodoende, vaders en moeders van de nieuwe generatie, een warme oproep aan u: zeg gewoon ja! Stuur uw zonen uit! In roze of blauw, als Mega Mindy of Mega Toby, als prinsessen of Spider Man. Helden zijn het sowieso.

Advertenties
Dit bericht is gepubliceerd op 19 november 2014 om 13:08. Het’is opgeslagen in Charlie Mag en getagd als , , . Markeer de permalink als favoriet. Volg hier alle reacties met de RSS feed voor dit bericht.

6 gedachten over “Jongetjes in jurkjes

  1. ik ben het volmondig met je eens

  2. Jurgen op schreef:

    Ik ben het ook helemaal eens, maar onderschat de “hardheid” van leeftijdsgenootjes niet. Gelukkig gebeurt dit niet in de school waar mijn kinderen gaan, maar ik hoor leeftijdgenoten van mijn kinderen uit de sportclub of andere bezigheden soms kwetsende opmerkingen maken ten opzichte van kinderen die er iets anders uitzien dan wat zij als normaal beschouwen. Als dat keer na keer gebeurt, dan denk ik niet dat je een kind daar echt tegen kan wapenen, spijtig genoeg…

    • Ja, je hebt gelijk, Jurgen. Ik ben me daarvan bewust. Gelukkig zit hij ook op de ‘juiste’ school in dat opzicht. En ik beschouw het evenzeer als mijn taak om hem te wapenen tegen zulke reacties. Ik verwacht ook dat hij op een bepaald moment andere dingen zal vragen; i.e. zelf conform wíllen zijn. En dat is ook oké 🙂

  3. prinses op de kikkererwt op schreef:

    Goed zo. Hier twee jongens-jongens met een spontane niet-gestimuleerde voorkeur voor auto’s en co. Beetje jammer ;).

  4. Toen mijn zoon 4 was, heb ik meer dan één keer zijn nagels gelakt. Hij vond het zelfs fijn om de prinsessenjurk van zijn zus aan te trekken en op hakjes rond te lopen. Vele keren kreeg ik hierdoor smalende opmerkingen van kleingeestigen te horen, maar ik liet ze over mij gaan. Mijn zoon was gelukkig. Ondertussen is hij bijna 9 en heeft hij 3 zussen in plaats van 1. Hij is nog altijd wat ijdel (al zal dat absoluut niet naar mijn voorbeeld zijn 🙂 ) maar lijkt ‘de roze fase’ toch wat achter zich te hebben gelaten, al is het maar om ‘één van de jongens’ te kunnen zijn op school. Wanneer hij alleen bij zijn zussen is, steekt het wat minder nauw. Ik ben blij dat hij hier thuis wel nog altijd een roze draak durft te tekenen… 😉

  5. Goed geschreven! Een staande ovatie zou ik je geven, mocht dat online mogelijk zijn. Ik hoop dat steeds meer mensen op deze manier hun kinderen opvoeden. Met een open geest. Als klein meisje speelde ik graag met knuffels en poppen, maar de andere dag verkoos ik dan weer autootjes en actiehelden. Heb nooit iets begrepen van al die gender-nonsens – toen niet, nu niet.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: