In memoriam II

Vandaag zou mijn pépé jarig geweest zijn. Het is de eerste verjaardag dat we het zonder hem moeten doen. Op zijn begrafenis las ik onderstaande.

“Er is een verhaal dat ik altijd als eerste vertel wanneer ik het over pépé heb.

Zusje en ik liggen in een gigantisch bed. We liggen niet elk onder een donsdeken, zoals we dat gewend zijn, maar samen onder lakens en een paar dekens. De lakens ruiken fris maar niet geparfumeerd door wasmiddel. Ze zijn zwaar. Ze voelen veilig. De kamer is stikdonker, je ziet geen hand voor ogen. Ook dat is thuis anders. Onderaan de trap horen we plots pépé. Hij zingt, uit volle borst: ‘Ontwaakt gij luie slaper, de koekoek roept u op. De zon is al aan ’t schijnen, ze staat aan d’hemeltop. Word wakker, word wakker, de koekoek roept u op.’ Ik denk dat wij ongeveer zes à zeven jaar zijn. Ik denk dat het leven nooit simpeler – en ik nooit gelukkiger – was dan toen.

Ochtenden als dat waren het startschot van gelukzalige dagen. Bij pépé en mémé was iedere dag een feest. Nochtans gebeurde er niet verschrikkelijk veel, ze namen ons meestal mee in hun dagelijkse bezigheden. We gingen naar de konijnen en de kippen en mochten de eitjes rapen. Ze maakten soep en lieten ons helpen. Pépé maakte pannenkoeken of rijstpap zoals ik die nooit meer gegeten heb. Hij schreef onze naam met kandijstroop op dikke boterhammen. We gingen op bezoek bij Fons en Maria en stonden daar in het middelpunt van iedereens belangstelling. Af en toe nam hij ons mee naar de zolder en speelden we van schattenjacht. Dikwijls mochten we mee naar de boer om verse karnemelk te halen. Het rook er naar mest en echtheid. Daar heb ik samen met hem een kalf zien geboren worden.

Pépé was degene die, toen onze poes Maroesj op een dag niet meer terugkwam, helemaal tot aan het oude tramspoor met me wandelde. Ik was er het hart van in, schreeuwde die poes’ naam. Pépé was een man van weinig woorden. We stapten, ik schreeuwde, hij zweeg. We stapten en stapten. We hebben hem nooit gevonden. Tot op de dag van vandaag ben ik hem dankbaar dat hij er alles aan gedaan heeft dat wel te doen.

Van ’s ochtends vroeg mochten we in onze pyjama naar de films van Sissi kijken. Zus klom bij pépé in de zetel en deed alsof hij genoeg haar had om er speldjes in te steken. Hilarisch. Hij had al zo lang dat we hem kenden een patershoofd. Mémé protesteerde dan tegen zoveel zottigheid maar kon nooit verbergen dat ze het allemaal best amusant vond. Pépé zat alleen maar wat te glunderen.

Waar ik hem nog het meest mee associeer, is de oude 45- toeren platenspeler in de veranda. Dat we het vertrouwen kregen die plaatjes te hanteren. Pépé zong altijd mee. Eigenlijk zon hij gewoon altijd, de hele dag door. Het is dankzij hem dat ik liedjes als Daar bij die molen of De purperen hei ken. Zijn geneurie creëerde een zeer typerende sfeer in de Houtemstraat. Hij was de man die leven en vrolijkheid bracht in dat huis.

Dat zangtalent kende een wekelijks moment van glorie op zondag in de kerk. Buiten namen we met mémé afscheid van hem: hij moest via een zij-ingang naar binnen. In de ogen van het kleine meisje, leek het alsof hij een ster was die een vip-behandeling kreeg. Wanneer het koor dan eindelijk inzette, gebeurde er iets magisch. Ik was er me zeer van bewust dat pépé deel uitmaakte van de magie en luisterde aandachtig of ik hem er niet tussenuit kon pikken. Af en toe dacht ik ook echt dat ik daarin slaagde. Wanneer we hem dan na afloop van de mis buiten terugzagen, was het alsof we een idool mochten ontmoeten. Hij was altijd omringd door andere mensen. Apetrots was ik op hem. Nog steeds luister ik op zondag naar de dienst op de radio, voor de gezangen. En altijd denk ik aan pépé.

Naarmate de jaren verstreken, is de afstand tussen ons gegroeid. De pépé van de laatste jaren was een zwijgzame en teruggetrokken man. Nog steeds een peperkoeken hart maar de vrolijke man uit mijn kindertijd is weg. Het was pijnlijk om te zien hoe hem geleidelijk aan alle vrijheden werden afgenomen. Eerst waren er geen konijnen meer, daarna werkte hij niet meer in de tuin. Nog later waren er zelfs geen kippen meer en stopte hij met autorijden. Het allerlaatste was het huis in de Houtemstraat, de mokerslag het verlies van mémé. Ik geloof niet dat ik hem daarna nog een dag gelukkig heb gezien.

Ik ben blij dat ze nu terug samen zijn, dat er een einde is gekomen aan zijn lijden, in iedere betekenis van het woord. De herinneringen die ze achterlaten, liggen als een dikke wollen deken – helemaal zoals de dekens van het bed waarin zus en ik sliepen – over mijn kindertijd. Ze verwarmen haar helemaal.

Slaap zacht, pépé.”

Wat ik er op de begrafenis niet bij vertelde, is hoe hij ons ’s avonds een zenuwoardeke kwam geven. Dat was altijd het laatste wat hij deed voor het slapengaan. Hij was al helemaal klaar voor bed en had niks meer aan dan een wit marcelleke als hij onze kamer binnenkwam. Met zijn ene hand trok hij het marcelleke tot over zijn klokkenspel en met de duim van de andere gaf hij ons een kruisteken op het voorhoofd, kuste ons goedenacht en zei: ‘God zegen en beware u’. Omdat hij voorovergebogen moest lopen om dat marcelleke zo laag te krijgen, kregen we bij zijn exit volledige inkijk op wat hij aan de voorkant probeerde te verstoppen. We konden daar uren over giechelen. We hebben het hem ook nooit verteld. Te goed.

Advertenties
Dit bericht is gepubliceerd op 27 september 2014 om 22:26. Het’is opgeslagen in in mijn hoofd en getagd als . Markeer de permalink als favoriet. Volg hier alle reacties met de RSS feed voor dit bericht.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: