Maandverband met citroenen

Ik moet ergens tussen kind en puber gehangen hebben, toen ik het voor het eerst hoorde.

‘Hey, weet jij wat dat is: een maandverband met citroenen erin?’
‘Nee…’
‘Een zuurpruim!’

Ik zag er de humor niet van in. Los van het feit dat ik dergelijke mopjes van weinig smaak vond getuigen, was ik geshockeerd. Waarom kon ik niet zeggen. Pas later leerde ik wat denigrerend betekent. Wellicht was ik in de ogen van de moppentapper zelf een zuurpruim. Ik grinnikte uit beleefheid terwijl onbehagen me bekroop. In het kruis getast en te laf om voor mezelf op te komen.

Aan het begin van deze zomer dacht ik vaak terug aan het mopje. Al weken kwakkelde mijn gezondheid, zonder dat daar een aantoonbare reden voor werd gevonden. Bij mijn laatste bezoek aan de huisdokter werd voorzichtig geïnsinueerd dat mijn vermoeidheid misschien ‘psychologisch‘ was. Of ik wel genoeg ontspande? Hoewel ik duidelijk klinische klachten had, begon ik aan mezelf te twijfelen. Het zou niet de eerste keer zijn dat ik ongemerkt in een depressie was gesukkeld. En het stond als een paal boven water dat de frustratie om mijn job inmiddels ongekende hoogten had bereikt. Misschien was ik er effectief depressief door geworden. Ik ergerde me ook zowat 682 keer per dag, aan vanalles en nog wat. Dat was zelfs voor mij van het goede te veel.

Het begon al vroeg op de dag, ’s ochtends op weg naar het werk. De helft van de mensen in het verkeer vond ik verschrikkelijk asociaal, de andere helft gewoonweg irritant dom. Op een ochtend liet ik mijn ongenoegen om een paar jonge gasten die me de weg versperden, met een paar niet mis te interpreteren keelklanken blijken. ‘Ola! Allez mevrouw, lach ne keer!’ Auw. In diezelfde week gaf ik een vrouw mijn meest dodelijke blik. ‘Oeioeioeioei,’ zie die. Plots zag ik het. Ik was echt een zuurpruim geworden.

Gelukkig mocht ik kort daarna met vakantie. Zoon en ik trokken met twee vrienden naar Kreta. Na verloop van dagen voelde ik me weer mezelf worden. Dat was nogal een opluchting: ik was intussen bijna gaan geloven dat ik voor eeuwig en altijd met die citroenen zou blijven rondlopen. Ik was de kracht van dagelijkse ontbijten op het terras vergeten, het ruisen van de zee, de weldadigheid van zon en ontblote huid, in slaap gesust worden door krekels. Vijf lange jaren had ik vastgezeten. Ik had niet doorgehad hoe moeilijk dat was geweest. Plots had ik tijd om mijn kind te zien groeien, van dag tot dag. Niet zonder weemoed dacht ik terug aan de andere reizen die ik gemaakt had. Toen alles nog anders was en mijn hoofd veel minder… Nou ja, minder. En de ruimte tussen mijn hersencellen zoveel meer. In die dagen kregen ze zuurstof.

Ik had schrik dat mijn leven er nu voor altijd zo zou uitzien: meelopen in de ratrace en af en toe bovenkomen om naar lucht te happen. Geluk was so 2009. Gezondheid evengoed: ik bleek allergisch te zijn voor zowat alles waarop ze me getest hadden (katten, paarden, graspollen, huisstofmijt en alle boompollen). Ondanks de opluchting dat er wel degelijk een fysieke oorzaak was voor die belachelijke vermoeidheid, stortte ik een klein beetje in. Hoeveel levenskwaliteit zou ik begot nog overhouden? Ik durfde nu al nauwelijks te bougeren: elke dag vroeg slapen, nauwelijks nog alcohol, vezels allerhande en verplaatsingen met de fiets. Het leven had me in een houdgreep, godverdomme. Ik was een zaag en een zuurpruim geworden.

Ik was radeloos en furieus. Hoe meer ik me opgesloten voelde, des te opstandiger werd ik ervan. De Grote Droom trad weer op de voorgrond: emigreren naar warmer oorden. Hoewel ingewikkeld leek het een pasklare oplossing voor alle problemen die zich stelden: gezondheid, huisvesting, job, financiën. Met meer heftigheid dan ooit verlangde ik naar die uitweg. Meer dan ooit leek hij onhaalbaar: de papa van Zoon zou me nooit laten gaan. Zonder hen allebei zou ikzelf nooit vertrekken. Ik zat vast.

Weken klaagde ik geestdriftig tegen iedereen die het maar horen wilde, tot ik er zelf genoeg van had. Daarna stortte ik me met evenveel bezetenheid op allerlei projecten die vooruitgang zouden betekenen. Op dit eigenste moment gaat dat vooral om een mini co-housing project waarbinnen eventueel een zelfstandige bezigheid zou kunnen opgezet worden. Het zou ieder ogenblik kunnen afspringen omdat iemand anders ons voor is maar eigenlijk is dat irrelevant.

Wel relevant is de vraag: zijn we allemaal slechts zo zuur of zo zoet als we zelf toestaan? Anders geformuleerd: is geluk louter een keuze? Na weken met kilo’s citroenen gezeuld te hebben, volstond het dat een vriendin me zei: ‘Maar je hebt ook wel veel om stress over te hebben, he.’ Dat mijn kleine maar zich op alle fronten gesitueerde gevechtjes werden gezien, was genoeg om de bakken citroen in het zand te laten ploffen. Het gaf me de moed om proactief te willen veranderen: er moesten zoden aan de dijk gezet, wilde ik niet verzuipen in aciditeit. En alleen al het idee dat ik niet bij die pakken bleef neerzitten, vervulde me met trots en tomeloze energie. Het leven had me misschien wel in het kruis gepakt: in tussentijd had ik tenminste geleerd voor mezelf op te komen.

Ik vermoed dat het niet voor iedereen zo simpel ligt. Wat aanpakken betreft, ben ik een rottweiler. Ik moet iedere dag opnieuw leren dat ik me niet mag frustreren in andermans schijnbare traagheid: ik ben zelf gewoon te snel. Tijdens het filosoferen daarover, stuitte ik op een begrip uit de fysica: het traagheidsmoment. Wellicht hebben we als mens ook zo’n moment, bij de één al wat groter (of langer, de eenheid is me onduidelijk) dan bij de andere. Helemaal optimistisch werd ik van de gedachte dat we ons traagheidsmoment misschien kunnen beïnvloeden.

Ik wil voor u (en vooral voor mezelf, daar moet ik eerlijk over zijn) de proef op de som nemen. Vanaf vandaag wil ik in navolging van #100happydays de tijd proberen nemen om elke dag iets te vinden wat me gelukkig maakt. Kwestie van de veerkracht erin te houden op dagen die wat minder zijn. Omdat ik geen beeldenmens ben, zal ik het doen met anekdotes op mijn Facebookpagina. Door dat zo publiekelijk te verkondigen, steek ik mezelf weer mooi in de patatten. Ik vrees dat ik er niet toe zal komen elke dag iets te posten. En dat, bedenk ik dan, is net het hele punt. En hey, wat die patatten betreft: alles lijkt me beter dan citroenen.

Advertenties
Dit bericht is gepubliceerd op 10 september 2014 om 16:02. Het’is opgeslagen in in mijn hoofd, Lijstjes en getagd als . Markeer de permalink als favoriet. Volg hier alle reacties met de RSS feed voor dit bericht.

Een gedachte over “Maandverband met citroenen

  1. prinses op de kikkererwt op schreef:

    Je schrijft prachtig. En aauw, er is zo veel herkenbaar, alleen niet naar Kreta gaan met vrienden ;). Hier ook zo moe en zeurpieterig dat ik mezelf beu ben. Maar je alleen maar voornemen wat moediger te zijn en het roer om te gooien, werkt niet. Jammer genoeg :(.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: