Tous ensemble?

Ik richt me in de eerste plaats tot jou, Vincent (mag ik Vincent zeggen?), omdat je nou éénmaal de aanvoerder van onze Duivels bent.

Wikipedia zegt: ‘een aanvoerder is meestal de speler met de meeste leidinggevende kwaliteiten’. Ja, ik heb het voor alle zekerheid nog maar ‘ns opgezocht. Dat van die leidinggevende kwaliteiten heb ik altijd al in je gezien, Vince (en Vince?). Ik heb bewondering voor dat flegmatisch kantje van je, en hoe je toch warmhartig moet zijn. Daar ga ik vanuit tenminste. Tijdens het WK heb ik mijn buren – zo mogelijk nog grotere leken in voetbal dan ikzelf – ervan proberen overtuigen dat jij tenminste wél nuttig gebruik maakt van je status, door je liefdadigheidsprojecten.

Precies dat gevoel voor verantwoordelijkheid en gemeenschapszin wil ik in deze aanspreken. Je zal inmiddels de Facebookpagina wel al kennen die, op minder dan 24 uur tijd, 4000 aanhangers achter zich schaarde. And counting. Vandaag zitten ze al vlotjes voorbij de 6000. De reactie van de Koninklijke Belgische Voetbalbond liet niet lang op zich wachten. Dat zij zich ‘niet met politiek moeien’. Hoezeer ik daarover verbolgen ben: het viel te verwachten. Daarbij kan ik nog enigszins mijn schouders ophalen. Maar heb je die foto gezien?

Heb je die foto gezien, Vincent? Ik schrijf het woord ‘foto’ en als een soort Pavlov stromen er tranen over mijn gezicht. Een hele dag heb ik er vanuit een ooghoek naar gestaard, terwijl ik er helemaal niet naar kon kijken. ’s Avonds, op weg naar de kinderopvang met de fiets, heb ik gehuild. Ik was misselijk. Ik kreeg dat verwrongen beentje, het gezichtje in het zand en palmbomen op de achtergrond, niet van mijn netvlies. Mijn tranen kregen ze evenmin weggespoeld. Vandaag staan ze er weer. En daarom wilde ik je schrijven.

Hoe oud is Sienna, Vince? Drie? (Oh ja hoor, zo schaamteloos doe ik beroep op je meest intieme emoties. All is fair in love and war, remember?) Dat maakt haar ongeveer een half jaar jonger dan mijn zoon.

Hij heeft de smaak voor voetballen pas helemaal te pakken sinds het WK. In zijn boekentasje zit al weken een sticker met jouw hoofd erop. Aan de vooravond van jullie eerste wedstrijd, net voor hij in slaap viel, prevelde hij: “Lukaku… Lukaku.” Toen vond ik het welletjes geweest. Hij wist niet eens wie jullie waren of wat jullie deden. De volgende dag zijn we frietjes gaan halen en hebben we samen naar de eerste helft tegen Algerije gekeken. ‘Better the Devil you know, mijn kind’, dacht ik zo.

Want zie je, ik had het nooit erg op voetbal begrepen. In mijn herinneringen gaat het om wel erg veel heisa om een spelletje, veel drama voor de T.V. en veel geld. Vooral dat laatste is een argument van de niet-voetballiefhebber waar ik moeilijk weg mee kon. Tot spelers als jezelf die pil enigszins verguldden met jullie inzet voor goede doelen. Eindelijk leken jullie als gevierde sportmannen te beseffen dat de status van idool met een hoge mate aan maatschappelijke verantwoordelijkheid komt. Want zo is het toch, als ik het goed begrepen heb? Als er morgen geen kat meer naar een stadion komt, staan jullie toch ook nergens meer? Jullie worden gemaakt of gekraakt door het volk zoals eender welk idool uit een andere discipline.

Uiteraard besef ik dat zoiets nooit zal gebeuren. Brood en spelen zullen altijd des mens blijven. Dat moet ook niet per se anders. Het is wel een gelegenheid voor idolen om het volk aan te porren. Dat de Voetbalbond de roep van datzelfde volk nu zo snel naast zich neerlegt, verwondert me niet. De tijden dat instituten genoeg cojones hadden om pakweg de apartheid te lijf te gaan, lijkt voorbij. Dit is niet mei ’68. Maar hoe zit het met jullie, Vince, als individuele spelers? Jullie als jonge wolven met idealen enzo? Als jonge ouders? Hoeveel statement durven jullie maken? In hoeverre durven jullie gehoor te geven aan de vraag van het volk om een wederdienst?

Ik besef dat dit conflict niet het enige ter wereld is dat aandacht verdient. Het is waar dat de kinderen uit de favela’s een even luide stem hadden moeten krijgen. Om maar één voorbeeld te geven. Het is ook niet mijn bedoeling niet solidair te zijn met de anderen. Ik heb er spijt van dat ik niet eerder en al veel vaker mijn statement heb gemaakt. Maar dat is geen reden om het nu evenmin te doen. Bovendien kan de gelegenheid om aversie uit te drukken zich niet duidelijker aandienen.

Het gaat niet om politiek, Vince. Ikzelf heb het woord geen enkele keer gebruikt. Het gaat om mensen, om common sense en om solidariteit. Het gaat om fairplay. De internationale gemeenschap heeft haar scheidsrechters thuis gehouden. Niemand waakt nog over het ‘eerlijke’ verloop in deze (en ja, ik besef de perversiteit van mijn woordkeuze). Wie gaat de verantwoordelijkheid opnemen als niemand anders het nog doet? Moeten wij dat niet doen: het volk? Wil je me helpen een beetje naïviteit te vrijwaren? Wil je me de hoop op een maakbare toekomst voor elk kind, niet ontnemen? Willen jullie naast en vooraan gaan staan als we de barricades beklimmen? Willen jullie je gewicht in de schaal leggen? Zullen we het zo doen, tous ensemble?

Advertenties
Dit bericht is gepubliceerd op 21 juli 2014 om 12:21. Het’is opgeslagen in Brieven, Charlie Mag en getagd als . Markeer de permalink als favoriet. Volg hier alle reacties met de RSS feed voor dit bericht.

Een gedachte over “Tous ensemble?

  1. Dennis Rotaren op schreef:

    Die zinnen. Met twee woorden. En dan een punt. Of toch nog een woord. Erachter. Geeuw. Snurk.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: