Een legging is geen broek

Ik kreeg een mailtje van Facebook.

In het onderwerp stond: “Personen die Inkelspielchen leuk vinden, hebben al een tijd niets van je gehoord.” Aw. Ik voelde me bijna schuldig. Laat ik u dus vertellen wat ik die hele tijd heb gedaan, de tijd die u nagelbijtend doorbracht, koortsachtig de pagina checkend, geplaagd door afkickverschijnselen en al helemaal paraat om een zoekactie op touw te zetten. Toch?

Niks, mijn liefste lezer. Nada ende nougatballen. Ik lag thuis op de bank. Eén of ander virus heeft me geveld. Het begon met een vervelende oogontsteking, wat gesnotter en oververmoeidheidsverschijnselen. Ik werd twee dagen thuis gezet door de dokter en dacht door evenveel nachten wél eens goed te slapen, het beestje zo weer af te schudden. Not. Na het pinksterweekend heb ik het met moeite tot ’s middags uitgehouden. Die avond bij de dokter werd ik verplicht de hele week thuis te blijven. Ik vond het allemaal schromelijk overdreven maatregelen voor een banale sinusitis maar moest toegeven dat ik uitkeek naar een paar dagen extra rust. Het enige waaraan ik dacht: slaap. Alsjeblieft en godzijgedankt en halleluja: slaap!

De volgende dag slaagde ik er ondanks drie dutjes nauwelijks in de voorgeschreven medicatie te gaan halen. Ik huilde van ellende. Bij de papa van Zoon dan nog, godbetert. Jezus, Jozef en Maria, hoe pathetisch kan je zijn als zieke! Zwakke leden brengen duidelijk ook zwakke zinnen in me naar boven. Voeg daar een fiks slaaptekort aan toe en we zitten met een gemene mix. Monsterlijk. U wil dan liever niet in mijn buurt komen. Maar laat dat nu net het punt zijn waarop het schoentje wringt. Bijna niemand kwam ook in mijn buurt.

Dan mogen therapeuten wel zwaaien met theorieën dat je in tijden van eenzaamheid vooral goed voor jezelf moet zorgen, dat je als het ware een goede mama voor jezelf moet zijn: lief, veel aandacht, niet te streng, veel erkenning. Amahoela! Wat gedaan bij echte en fysieke ziekte dan? Wanneer je niet meer in staat bent om voor jezelf te zorgen? Wie zal het dan doen? Serieus, op die momenten voel ik me nog allener dan Remi op de wereld. Dan komt er echt geen einde aan het zelfbeklag en vind ik dat bovendien volkomen terecht. In deze wel. Omdat ik dan ook echt geen verzachtende omstandigheden meer heb. Iedereen heeft ooit wel eens iemand nodig, toch?

Gezien de kronkels in mijn hoofd samen met mijn lijf overmeesterd worden door bacteriën en virussen, begin ik snijdende dingen te denken. Ik ben boos op de vrienden die ik niet hoor. Ik ben boos op de papa van Zoon die wel een beetje verholen flirterig kan doen (echt, dat moet ik u nog vertellen) maar voor de rest geen gezin kan waarmaken. Ik ben boos op alle mensen die domweg niet nadenken over wat ze in hun mond stoppen en bijvoorbeeld nog steeds vuile scampi eten. Ik ben boos op de jonge meiden die leggings dragen alsof het broeken zijn. Een legging is geen broek! Maak uzelf zo niet ten schande! (U begrijpt intussen waarom ik u de lijst bespaar met alle andere dommigheden waarin ik mezelf frustreer.)

Ik ben boos op mezelf om zoveel boosheid, irritatie en ruggegraatloosheid. Eens ik thuis ben, nog het meest om die met betrekking tot mijn job. Ik zou er de brui aan moeten geven. Ik ben er zeker van dat mijn tomeloze irritatie aldaar zijn ziektekiemen kweekt maar kan niks anders dan schrijven bedenken als uitweg. Ha! Ik bedenk dan net op tijd dat ik maar een miezerig blogstertje ben die geen origineel idee of kritisch standpunt inneemt. Good luck to me!

U begrijpt dat het geen pretje is om tijdens ziektedagen ten huize DonderSpielchen te vertoeven. Zelf heb ik het er ook knap lastig mee, met zo’n verzuurde kop rond te lopen. Het doet me denken aan een spelletje dat we als kind thuis speelden, een variant op mens-erger-je-niet. Tot groot jolijt van de betrokken gezinsleden, ergerde ik me altijd als eerste. En het felst. Vermakelijk voor hen, des te pijnlijker voor mij. Ik heb het ook nooit meer geleerd: zonder irritatie of manipulatieve trucs, simpelweg te zeggen wat me ergert. Opdat het me niet meer zou ergeren, quoi.

Evenmin ben ik goed in ziek zijn. Ik klaag er met zoveel overtuiging en goesting over (een hele blogpost, zelfs) dat ik mezelf ervan verdenk een half mansmens te zijn. Even was dat een plausibel idee, toen de ‘man flu’ grond van bestaansrecht kreeg op basis van testosteron. Ik heb altijd al vermoed daar meer van te hebben dan de gemiddelde vrouw. Intussen ben ik daarvan teruggekomen. Niet van het testosteron; dat heb ik graag (vooral op een ander). Wel van het idee dat ik verschoning moet zoeken voor mijn lelijke gedachten, in zoverre die door ziekte zijn geïnduceerd. Misschien zorgen die ziekte en vermoeidheid er alleen maar voor dat ik stop met verschoning te zoeken voor een ander. Misschien zijn dat de enige momenten waarop ik niet meer sterk moet zijn van mezelf, of verantwoordelijk. Of misschien is iedereen gewoon prikkelbaarder wanneer ze ziek zijn en denk ik weer te veel na.

Misschien. Ik ben weer genezen nu. Ik zou het u dus niet kunnen zeggen. Wat ik wel weet is dat een legging géén broek is. Echt niet. Nooit. Daar biedt het te weinig ondersteuning voor. Dat is een ergernis waar ik voorlopig even niet van afstap. Doe u dus iets deftigs aan, alstublieft dankuwel.

Advertenties
Dit bericht is gepubliceerd op 24 juni 2014 om 19:13. Het’is opgeslagen in in mijn hoofd en getagd als , . Markeer de permalink als favoriet. Volg hier alle reacties met de RSS feed voor dit bericht.

Een gedachte over “Een legging is geen broek

  1. prinses op de kikkererwt op schreef:

    Ik herken zo veel. Ik blijf maar klikken en lezen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: