Zo’n heel klein beetje misschien wel

Ik heb niet de gewoonte mijn mond open te doen over politiek.

In de eerste plaats omdat ik heel onzeker ben over mijn kennis ter zake. De afgelopen tien jaar heb ik me zo ver van het onderwerp gehouden als menselijk mogelijk is. Met voorbedachte rade en ook met een beetje schroom. Er zijn maar weinig levensgebieden waarin ik de struisvogeltechniek toepas. Ik ben er niet meteen trots op dat ik het in deze wel deed. Ik zie echter geen andere oplossing en ik zal het blijven doen: ik ben één van die mensen die al lang teleurgesteld zijn.

Het is niet erg bon ton dat toe te geven voor iemand met een vrij gemiddeld intellect: een gebrek aan engagement. Een onvermogen tot hoop. Een onkunde tot overzicht. Terwijl ik het schrijf, heb ik schrik van uw reactie. Ik hoor uw verontwaardiging, uw tegenargumenten. Die zijn niet geheel onterecht. In mijn verdediging: het is ook niet zo dat politiek helemààl een ver-van-mijn-bed-show is. Ik ben wel degelijk bezorgd. Ik ben vast en zeker begaan. Wat ik niet ben: een schaap dat meemekkert met de kudde. Eén van de velen die denken te weten waarover ze het hebben en dat ook aan god en klein pierke verkondigen. Ik zeg u in alle eerlijkheid: het gaat mijn petje te boven. Zoals met alles in mijn leven, volg ik dus maar mijn instinct. En mijn instinct zegt me dat er nogal veel stinkt, aan het systeem. Ik zie slogans en beloftes maar crisissen voltrekken zich toch, mensen blijven zuurder worden en geen enkel tij keert zich.

Dat ik nu wel iets wil zeggen, ligt aan u, mijn vriend. U die zich zo verslagen toont over de opmars van de partij die niet genoemd mag worden. U die het heeft over verhuizen. U die schrik heeft voor uw toekomst. U heeft gelijk. Ik deel uw bezorgdheid. Maar u moet zich herpakken.

Ik waag me op glad ijs want ik heb enkel mijn buik om me op te baseren. Vergeef me mijn onwetendheid. Ik wil het u wel hebben over de wet van Pareto. U bevindt zich – samen met mij – in de marge. Aan de linkerkant ervan. We zijn de 20% die nu verder moet met wat de andere 80 beslist heeft. Dat is hoopgevend. Verandering komt immers vanuit de marge. We moeten deze rit uitzitten. Alea iacta est (ach, een knipoog). En misschien, zo’n heel klein beetje misschien wel, zijn wij degenen die alles zullen veranderen. Wij wel.

Als er ooit een tijd was om door te zetten, is het deze. Deze is de tijd om luidop te blijven te staan voor wat we geloven. Deze is de tijd om te denken zoals we stemmen: met het oog op lange termijn. We moeten dat doen dichtbij huis, in de alledaagse dingen en in de meest banale ontmoetingen. Op de dingen die zich boven ons hoofd afspelen hebben we nu geen vat meer. We kunnen ons niet veroorloven al even zuur en pessimistisch te worden. We gaan moeten roeien met de riemen die we hebben.

We zullen koffie moeten drinken met onze buren. We zullen onze kinderen moeten blijven leren wat een boom is. We moeten blijven nadenken over ons consumptiegedrag. We zullen de fiets moeten blijven nemen. We zullen moeten blijven nadenken over wat we in onze mond stoppen. We zullen blijven schrijven, liedjes maken, toneelstukjes opvoeren. We zullen onze middel- en wijsvinger blijven gebruiken als teken van vrede. We zullen dat niet afgeven.

Misschien zullen we daar dan niet zuur door worden. Misschien worden we zelfs gelukkig. Misschien zullen de 80 anderen dat zien. En zo’n heel klein beetje misschien veranderen ook zij zo van gedacht.

Advertenties
Dit bericht is gepubliceerd op 26 mei 2014 om 23:38. Het’is opgeslagen in in mijn hoofd en getagd als , , , . Markeer de permalink als favoriet. Volg hier alle reacties met de RSS feed voor dit bericht.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: