Ceci n’est pas un talent

U heeft blijkbaar nogal tegenstrijdige gevoelens over deze blog.

Om een bloemlezing te maken van de commentaren die me in mails werden toegestuurd: “Ontroerd tot in het diepst van mijn ziel, compleet sprakeloos.” “(…) soms met een traan maar nog vaker met een glimlach.” “Het is sterk omdat het eerlijk is, beangstigend eerlijk en echt.” “(…) zo mooi balancerend tussen alle dingen des levens. (…) Leve de dartele vertwijfeling en de onrust die soms ook vleugels geeft.” “Onder de indruk. Ik las vandaag ergens: een goed gedicht is er één waar je mond en je hart van openvallen. Deze tekst heeft precies dat effect op me.”

Er waren er nog. Ik ben u allen ontzettend dankbaar. Weet dat. Maar deze ene, in realtime gekregen, heeft zich in mijn hoofd vastgehaakt: “Stop met dat zelfbeklag.” Het is een zin die zich vermenigvuldigt in loops en echoot:

“Stop met dat zelfbeklag-lag-lag-lag-lag-lag.”

Flashback. Ik ben zeven en zit net in het eerste leerjaar. Tijdens het ontbijt staat er smeerkaas op de keukentafel. Ik tuur naar dat doosje. Er staan tekens op die steek houden maar ik kan ze niet met elkaar verbinden. Het irriteert me dat de oplossing onder mijn neus lijkt te liggen en dat ik het niet zie. Tot ik het plots wel zie. Roomkaas! ROOMKAAS! Opeens staat het er heel duidelijk en weet ik precies in wat voor bui Archimedes uit bad is gesprongen. Ik kan me weinig momenten herinneren waarop ik geluk heb ervaren dat extatisch en puur was als dat. Sinds die dag kan ik lezen.

Ik ben negen en de juf is ziek. De directeur ontfermt zich over onze klas. Hij is een lieve man met witte baard en haar en het zachtaardige ontzag dat enkel schooldirecteuren eigen is. Bij wijze van verstrooiing geeft hij ons een raadseltje met vier keuzeoplossingen, vertegenwoordigd door de vier hoeken van de klas. We moeten in de hoek gaan staan die volgens ons correspondeert met het juiste antwoord. Ik sta als enige in mijn hoek. Ik ben de enige die het juist heeft. De directeur vat samen wat hij ons heeft geleerd: wees geen schaap, wees moedig. Ik sta versteld: ben ik dan moedig?

Ik ben 13 en mijn bompa heeft keelkanker. Het is agressief en hij heeft een tracheostomie achter de rug. Hij moet verder door het leven met een stoma. Ik weet met mijn gevoelens geen blijf. De lessen Nederlands over poëzie brengen soelaas. We moeten een gedicht schrijven en het mijne gaat over hem. Bij zijn thuiskomst word ik aangespoord het hem te geven. En hij huilt. Een man solide als graniet voor wie het samengaan van streng en rechtvaardig lijkt uitgevonden. En hij huilt. Ik weet niet of ik er goed aan gedaan heb. Ik begin wel te begrijpen welke impact het schijnbaar losjes verbinden van woorden en sentimenten kan hebben.

Flashforward. Ik weet intussen dat dit sleutelmomenten worden genoemd. Niettemin heeft het nog meer dan 20 jaar geduurd vooraleer ik de sleutels durfde te gebruiken. Of het slot vond waarop ze pasten. Mijn talenten zijn altijd nogal moeilijk te benoemen en bezwaarlijk nuttig geweest. In een poging er een paar op te sommen: hysterie, empathie, sensibiliteit, drama, authenticiteit. Ik was een onversneden wijf geweest, had ik er niet ook wat ratio, analyse en gevoel voor humor aan kunnen koppelen.

En schrijven. Het moeilijkst te erkennen en waar ik het meest schrik van heb. Want van schrijven, mijn beste, word ik gelukkig. Oprecht gelukkig. Er is geen geestelijke ter wereld die me meer van mezelf kan ontheffen dan ikzelf. Maar om te willen schrijven, moet je een verhaal hebben. Precies daar schort het. Vooralsnog is het enige verhaal dat ik heb, mijn eigen monologue intérieure.

Helaas behoren zelfkritiek en zelftwijfel ook tot mijn talenten. Daarom dat één punt van kritiek kan opwegen tegen de vele complimenten. Gelukkig wees een schooldirecteur me er lang geleden op dat ik wel eens moedig zou kunnen zijn. En doet u dat nu ook. Dus zal ik volharden in de boosheid. Daar heb ik over nagedacht. Wat dacht u. Naar verluidt vergt het immers moed om zo bloot te gaan. Het schijnt u te raken. U lijkt er zich in te herkennen. Verwar het niet met zelfbeklag. Al bij al ben ik geen ongelukkig mens. Alleen is het niet zo zwart-wit. Althans niet in mijn hoofd. En ook niet in dat van u, geloof ik. Laat ik gewoon degene zijn die het even met zoveel woorden voor u zegt. Laaft u zich daar maar aan. Vind daar troost in. Er is niks dat ik u anders te bieden heb. Ik word gelukkig van schrijven. In het beste geval voelt u zich even minder alleen door mij.

Advertenties
Dit bericht is gepubliceerd op 4 mei 2014 om 23:20. Het’is opgeslagen in in mijn hoofd en getagd als . Markeer de permalink als favoriet. Volg hier alle reacties met de RSS feed voor dit bericht.

Een gedachte over “Ceci n’est pas un talent

  1. Pingback: Een legging is geen broek | Inkelspielchen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: